48
magazijn
(1853) gaf hij eenige
Bijdragen tot de kennis van het Geslacht der
Zelfstandige Naamwoorden
.
1)
Te Winkel tracht in zijn stuk het geslacht vast te stellen
van substantieven, die in de woordenboeken niet voorkomen, of waaromtrent zijn
autoriteiten (Kluit, Bilderdijk, Weiland, Siegenbeek en Terwen
2)
het oneens zijn. Een
paar proefjes van de wijze, waarop hij te werk gaat. Er is een regel, die leert, dat
de namen van werk- en speeltuigen op -
el
, den stam uitmakende van het werkw.
of van dien stam afgeleid, mannelijk zijn. Uitgezonderd: vedel, trommel, roffel, griffel
en schoffel.
‘Dat
trommel
en
vedel
vrouwelijk zijn’, zoo redeneert te Winkel, ‘laat zich
verdedigen, doordien de meeste overige benamingen van muziekinstrumenten, b.v.
cimbel, timbel, trom, trompet, fluit enz. dit geslacht hebben. Niet verdedigbaar echter
is het femininum van
griffel
,
schoffel
en
roffel
, die dan ook door Bilderdijk voor
mannelijk verklaard worden.’
Waarschijnlijk op grond hiervan vinden wij in de
Woordenlijst
aan
roffel
(schaaf)
het mannelijk geslacht toegekend.
Schoffel
is echter vrouwelijk gebleven. En
griffel?
In de geslachtsregels, die aan de
Woordenlijst
voorafgaan, leest men op blz. XXIII
3)
:
‘(-
el
vormt) van werkw. manl. benamingen van werktuigen of middelen om de werking
te verrichten, b.v.
beitel
(van
bijten
,
beet
, oudt.
beit
),
gordel
, griffel,
hevel
’ enz.
Griffel
is dus mannelijk. Zoekt men echter in de
Woordenlijst
zelf, dan vindt men:
Griffel
, v.
4)
Wij komen tot te Winkel's stuk in het
N. Ned. Taalmagazijn
terug:
‘
Poedel
staat in geen onzer woordenboeken opgeteekend; ik zie echter geene
reden, waarom het niet mannelijk zou zijn, even als de andere (diernamen op -
el
)’.
‘
Wezel
is bij Vondel mannelijk; Kluit en Bilderdijk houden het er ook voor. Volgens
W(eiland) en S(iegenbeek) is het echter vrouwelijk; ook het Oudduitsche
wisala
had
dit geslacht; het nieuwhd. zegt
das Wiesel
.’
Waarschijnlijk gaf het geslacht van
wisala
de beslissing. De
Woordenlijst
neemt
wezel
vrouwelijk.
In het
Magazijn v. Nederl. Taalkunde
zette te Winkel zijn onderzoek voort. Hij
schrijft daarin
5)
o.a. over het geslacht van muziekinstrumenten: ‘Niet onwaarschijnlijk
is het, dat de lijdelijke rol, die de instrumenten onder het spelen vervullen, de reden
is, dat men ze als vrouwelijke wezens beschouwt’.(!)
1) Blz. 125 vgg.
2) Van J.L. Terwen verscheen in 1842 een
Etymologisch Woordenboek der Nederduitsche Taal
.
3) Laatste druk.
4) Waarschijnlijk zal het woord
griffel
op blz. XXIII geschrapt moeten worden. In de
Nederl.
Spraakkunst
van Cosijn-te Winkel leest men: ‘Zoo is
druppel
mannelijk omdat
drop
mannelijk
is, en
kruimel
vrouwelijk omdat
kruim
vrouwelijk is. Het woord
griffel
is verkleinwoord van het
vrouwelijke
grif
(
t
) en dus geen afleidsel van het werkwoord
griffen
. Ook
schoffel
is niet
regelrecht van
schuiven
afgeleid.’ (I, 43.)
5)
M.v. Ned. Tk.
II, 37.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji