256
XVII
de
eeuw niet ongewoon. Te Meppel (naar ik meen ook in het aangrenzende
Overijselsche, te Staphorst en daar) leeft de uitdrukking
desik
, door het volk niet
meer etymologisch begrepen.
Besik
is
bij sik
=
bij-zich
d.i. op zich zelf. Zie hier het
gebruik. Een jonggehuwd paar gaat bij de schoonouders in, maar ‘
ze wònen besik
’
d.i. wonen evenwel
apart
. De kinderen zitten op een middag niet mee aan tafel; er
zijn gasten; zij eten
besik
, d.i. aan een tafeltje apart. Goed toebereide beten, zeggen
sommige huisvrouwen, behooren door de saus gebonden te zijn; zij houden er niet
van, als de ‘plakjes’ (schijfjes) zoo
besik
blijven (ook: zoo
enkelt
blijven): niet aaneen
kleven. Een paartje of goede kameraden gaan in de kajuit van een boot in een
hoekje
besik
zitten; in het logement eten zij niet aan de algemeene tafel, maar
besik
.
Voor het volk is dit
besik
één woord.
V.D.B.
Vragen.
6. De herfstmaand was haar loop ten eind: STARING,
Vogelschieten
.
Een Tweede Schaar: - dwaalt heur doel niet mis! ‘
Arnhem Verrast
.
In welken naamval staat
haar loop
,
heur doel?
Staan
loop
en
doel
hier
redekunstig
gelijk? Waarom?
*
7. STARING,
Zang bij den haard
:
't Valt mijn glas bezijden:
Is er iets tegen om dit
bezijden
een
voorzetsel
te noemen (de letterlijke beteekenis
van den term daargelaten)? Vgl.
Ivo
,
Volksuitgaaf
, 143: ‘Wat taal den weg langs
werd gesproken’, - en in
Lochem behouden:
‘Het spoor langs’.
Van waar het onderscheid tusschen ‘Hij loopt langs het water’ en ‘Hij loopt het
water langs’? - Het onderscheid tusschen voorzetsel en bijwoord, bedoel ik.
In
hoeverre
is
langs
in den laatsten zin
geen
voorzetsel?
Breda
.
J. Hs.
*
*
*
8. Hoe moet men de -
t
(in mijnenthalve (enz.), ten mijnent (enz.) verklaren?
A.L.
Verbetering.
Men verandere: blz. 30 noot, ‘Weekblad’ in ‘
Dagblad
’; terwijl op blz. 21, onderaan
de noot is weggevallen: Vgl. voor het mnederl. van Helten,
Spraakl
. blz. 391.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji