XII
229mee: voor me, pronomen
269meesmuilen
266mengelmoes
228mennistenzusje
336-mensch: bijna-suffix
272, 318-319met zijn beiden, z'n achten
297modaal bijwoord: niet
288-290modale praedicat. bepalingen
335moe als een hond?
337moedernaakt
338moederziel-alleen
259moertje
218mogen = reden hebben tot
220mogen als hulpwerkw
367myrrhe
359Naamvallen
25-34
naamvallen in 't XVI
e
en XVII
e
-eeuwsch
314naamvallen-leer
75naar zijn of zijne pijpen dansen?
293naberouw
221nacht = avond
372naken en naderen
303nevenschikking
95ng (letter en geluid)
96-97, 238ng in nk
197niet: als modaal bevestigend bijw.
220niet aan
233-235niet het minst: dubbelzinnig.
233-235niets minder dan: dubbelz.
257noen
76-91Of (De bijzinnen met -) bij een ontkenn.
hoofdzin
77-80Of: de Middelnederl. constructie.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji