Engel IB144 Instrukcja Użytkownika Strona 325

  • Pobierz
  • Dodaj do moich podręczników
  • Drukuj
  • Strona
    / 440
  • Spis treści
  • BOOKMARKI
  • Oceniono. / 5. Na podstawie oceny klientów
Przeglądanie stron 324
270
meenen, lag dit
die
als logisch onderwerp in den geest van den dichter, toen hij
den beknopten zin er bijvoegde. Zeker, ook de
wieken
konden smetteloos genoemd
worden, maar niet die alleen, de heele vogel verbeelding was het; daarom staat zij
tegenover de
onreine
van later tijd, in vs. 297.
vs. 290.
die
knoopt weer aan bij
die van vroeger dagen; zonder blaam en zonder
vrees:
herinnering aan den middeleeuwschen Franschen ridder Bayard,
le chevalier
sans peur et sans reproche
.
vs. 291.
die 't menschelijke menschlijk prees:
‘die echt-menschelijke neigingen
en hartstochten, bepaaldelijk de min in hare uitingen, prees, verhief als menschelijk,
d.i. als in overeenstemming met de menschelijke natuur.
vs. 297-298. De dichter aarzelt den naam te noemen van de verbeelding, die zich
aan zoo'n liedje ergert; vandaar het beletselteeken en de uitdrukking
laat mij noemen;
hij brengt daarmede toch eene zware beschuldiging in tegen het latere geslacht.
Zulk eene onreine verbeelding
kleurt
‘bloost’ zelfs onder een' dubbelen sluier, daar
zij ook achter de onschuldigste aardigheden leelijke dingen vermoedt.
vs. 299-300. Zij eischt, dat wij ons houden, alsof elke natuurlijke neiging, hartstocht
ons onbekend was, wijl ze den zegen, aan die driften verbonden, door hare eigene
verdorvenheid heeft verbeurd.
vs. 301. Lieden met zulk eene onreine verbeelding, die overal aanstoot aan nemen,
zijn naar het Bijbelwoord gelijk aan
gepleisterde
graven, van buiten wel schoon,
maar van binnen vol doodsbeenderen’. De minne staat treurende bij zulke graven,
omdat zij het beeld zijn van huichelachtige zondaren.
Naar aanleiding van de ondeugende liedjes van den Zweedschen dichter Bellmann
zegt P. in
Het Noorden
pag. 343: ‘Was hij dan geen dichter voor Jan en Alleman,
die
un chat un chat
noemen? Doch het is waar, dat is ook uwe grieve tegen onzen
Bredero, wiens tafereelen het mij duidelijk maken, hoe het uitschot onzer bevolking
werelden heeft kunnen veroveren, een geslacht, dat aan te veel levenskracht leed;
jammer dat wij het aan te weinig doen.’ Men zie ook de plaats in het
Rijksmuseum
,
waar hij over Vondels bruiloftsliederen spreekt,
Proza
II, p. 163.
vs. 300. Men leze achter dezen regel geen vraagteeken, maar met de
oorspronkelijke uitgave eene punt-komma.
Papegaaien-deuntjen.
vs. 1.
leide
, de oude vorm van den 1
en
pers. der aant. wijs teg. tijd.
vs. 2.
het prinsjen:
Denk aan: een leventje leiden of hebben als een prins.
vs. 5-6. Lorretjen krijgt klontjes als hij op verzoek wat zegt en als hij te druk wordt,
krijgt hij ze ook, om hem te doen zwijgen. Men lette hier op het verband met het
derde eouplet.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Przeglądanie stron 324
1 2 ... 320 321 322 323 324 325 326 327 328 329 330 ... 439 440

Komentarze do niniejszej Instrukcji

Brak uwag