235
‘Als Grieksch dichter heeft deze auteur
niet het minst
uitgemunt.’
Een goed stilist vermijdt natuurlijk alle dubbelzinnigheid: ‘Het een door het ander
genomen staat de
Camera Obscura
steeds vooraan in de rij onzer beste
prozawerken; en
niet het minst
doet zij dit, sedert zij in de laatste uitgaven
vermeerderd is’ .... (Busken Huet.)
‘Aan diezelfde schijnbaar nuttelooze bedevaarten dankte (Staring) voor een deel
zijn kunstzin, de oudvaderlandsche wending van zijnen geest, de degelijkheid van
zijn talent, en
niet het minst
zijne sympathie voor het romantisme’ (dez.).
Niet het minst
kan beteekenen: niet minder dan anderen (niet minder dan in
andere dingen); meer dan anderen (meer dan in andere dingen); vrij sterk, zeer (I)
en ook: volstrekt niets, in 't geheel niet (II).
Wie zich duidelijk wil maken, hoe de uitdrukking
niet het minst
aan die
uiteenloopende beteekenissen komt, herinnere zich een aardigheid, die hier en daar
in zwang is onder kinderen: Jantje beklaagt zich, dat zijn jarige broer hem
niet één
chocolaadje heeft gegeven. ‘Je jokt,’ roept de valschelijk van gierigheid beschuldigde
Willem, ‘ik heb er je wel vier gegeven!’ ‘“Dat heb je ook,” antwoordt Jan, “wèl vier,
maar
niet
ÉÉN.”’
Niet een
is zoowel
méér dan één
als
minder dan één
,
nul
. Zoo kan men ook met
niet het minst
evenzeer bedoelen
meer dan het minst
,
tamelijk veel
(I), als:
nog
minder dan het minst
,
zelfs niet het minst
,
totaal niets
(II).
‘Hij heeft
niet het minst
als dichter uitgemunt’ (I), met eenigen nadruk op
niet
, wil
zeggen: hij heeft meer uitgemunt als dichter dan als ... iets anders; dus: er zijn
dingen, waarin hij
minder
uitmuntte dan in de dichtkunst.
‘Hij heeft
niet het minst
als dichter uitgemunt’ (II), met den nadruk op
minst
,
beteekent: als dichter muntte hij volstrekt niet uit.
R.A. KOLLEWIJN.
Sprokkel.
Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.
Deze bekende familiare zinwending is waarschijnlijk een volksetymologische
verbastering van: ‘Ga zoo voort mijn zoon en gij zult
Spinoza heeten
’ en zou dan
reeds dateeren uit de 17
e
eeuw, als wanneer men der leergierige jeugd Spinoza als
een model van geleerdheid aanprees.
K. POLL.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji