Engel IB144 Instrukcja Użytkownika Strona 69

  • Pobierz
  • Dodaj do moich podręczników
  • Drukuj
  • Strona
    / 440
  • Spis treści
  • BOOKMARKI
  • Oceniono. / 5. Na podstawie oceny klientów
Przeglądanie stron 68
29
‘Ick sal de
n
uwe
n
wesen’ (162).
‘Dat dese
n
dach de
n
draet mijn
s
hoop
s
in stucken cort’ (163).
‘De
n
raedt is al vergaert’ (ald.).... Mijns dochters huwelijck’ (ald.).
‘Den donder van mijn naem sal Persen di
e
versmaden
Tot dat het siet en voelt, de blixem van mijn daden?’ (164).
‘Want onse
n
Coning valt ons niet soo wreedt’ (166).
Aan een der eerste werken van Vondel,
den Gulden Winckel
, wenschen wij ook
eenige voorbeelden te ontleenen:
‘Hy is de
n
Schepper’ (ed. van Lennep - Unger, blz. 139).
‘Doen zich de
n
gulden Eeuw' het onderst' boven wende
De
n
silv'ren Eeuwe quam’ (141).
‘En d'Ossen men in 't juck al hygende en bezweet
Door onses Moeder
s
borst 't krom kouter trecken deed’ (ald.).
‘De
n
Kleyne
n
komt met druck, en scheyt weer met ellende’ (ald.).
‘De
n
Molen slapet wel een wijle windeloos’ (153).
‘Op dat de
n
Acker-man weer met een goet genoegen
Magh onze
s
Moeders rugh doorvoren, en doorploegen’ (159).
‘Want dit is hare
n
lust’ (179; daarentegen op blz. 167:
‘het vuyr de
r
geyle
n
Minne-lust’).
‘Inden wegh de
s
deughd
s
(183). Enz. enz.
1)
.
Men begon intusschen, vooral door den invloed van het steeds meer beoefende
Latijn, te streven naar zuiverheid van taal in 't algemeen, naar een vast systeem
van verbuiging in 't bijzonder.
Taalonderwijzers, dichters, godgeleerden gingen hier samen. Een der beste en
invloedrijkste boeken uit het begin der 17
e
eeuw over ‘Nederduytsche Grammatica
ofte Spraec-konst’ was dat van den mathematicus Christiaen van Heule (1626).
Hier vinden wij van de onzekerheid en de verkeerde opvattingen waarvan de
Twe-spraack
in zake verbuiging blijk gaf, weinig meer terug. Van Heule mag aarzelen
of men in den nominatief
den dach
behoort te schrijven of
de dach
, over 't geheel
zijn zijn voorschriften betreffende de declinatie van het lidwoord onberispelijk
2)
.
Omtrent het kenmerkend onderscheid tusschen mannelijke en vrouwelijke
zelfstandige naamwoorden heeft van Heule ook een en ander mede te deelen. Hij
geeft regels, die op de beteekenis der woorden en op hunne uitgangen berusten,
vermeldt ‘de Naemwoorden die een twijffelachtig geslacht hebben, [nl.] de geene
van welke twijffel is, onder welk gheslacht zij behooren, als:
Lof
,
wil
,
wagen
,
tijt
,
stont
,
dag
, ende diergelijke’ en deelt zelfs een alphabetische lijst van circa 1500
substantieven mede, met vermelding van hun
1) Ook later treft men dergelijke onnauwkeurigheden nog wel eens bij Vondel aan. B.v.
Lucifer
,
vs. 1583 en 1584: ‘was Adams afkomst maer / Een selve
n
staet en stoel, als d'Engelen
geschoncken.’
2) Aangaande de vrouwelijke genitieven
des waerelts
,
des lochts
,
des wijsheyts
, zegt v.H.: ‘deze
manier en mach niet dan op zeekere Voetstappen der Geleerden na gevolgt worden.’ (Blz.
26.)
Taal en Letteren. Jaargang 2
Przeglądanie stron 68
1 2 ... 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 ... 439 440

Komentarze do niniejszej Instrukcji

Brak uwag