220
der baren.
Veil
bet. eerst
te koop
(vandaar het ww.
veilen
, lett. ‘te koop hebben’) en
daardoor: ‘verkrijgbaar, beschikbaar.’
Hij heeft zijn' tijd
,
zijn vermogen
,
zijn leven
veil voor
, ‘beschikbaar voor.’
vs. 81.
't sprietjen:
‘de dunne mast’;
de veege schuit: veeg
is ‘stervende, op 't punt
zijnde van te sterven’, hier: ‘van te vergaan.’ Ter wille der eenvoudigheid van
voorstelling maakt P. hier van de beide vaartuigen er één, dat hij beurtelings boot
en schuit noemt.
vs. 83.
't noodzeil;
zie het verhaal hiervóór.
vs. 87.
't morgengloren. Gloor
is ‘gloed’ of ‘glans.’ Hier dus het gloeien van den
morgen, d.i. van den oostelijken hemel in den morgen.
vs. 89
niet dan:
‘alleen, slechts.’ De kreet: honger! werd alleen gestild door den
kreet: dorst! Klaagden dus de schepelingen niet over honger, dan deden ze het over
dorst.
vs. 92.
hun
, pers. vnw.: hij had woord gehouden
jegens hen
, door hen op deze
reê te brengen.
vs. 93.
gruwbaar
. In proza is alleen de vorm
gruwelijk
in gebruik. Men merke op,
dat dichters, om den wille der maat, zich meermalen van
-baar
in plaats van
-lijk
bedienen:
bedriegbaar
,
bekoorbaar
,
verwelkbaar
, enz., omdat
-bare
tot
-bre
kan
worden samengetrokken. Voor de vorming van
gruwelijk
wete men, dat het subst.
gruw
eertijds beteekende: ‘afgrijzen’ en ook ‘iets, dat afgrijzen verwekt’
1)
;
gruwelijk
beteekent dus eigenlijk: ‘op de wijze van iets, dat afgrijzen verwekt,’ terwijl
gruwbaar
zou beteekenen: ‘afgrijzen met zich brengende.’ Dit laatste woord is dus ook
volkomen regelmatig gevormd.
vs. 102.
den buffel
, dat.: aan, op den buffel. De poëzie maakt een veel ruimer
gebruik van den dat., dan het proza.
vs. 106.
mogt hij hen bezweren; mogen
is hier hulpww. van de wijze; het geeft
aan den zin het karakter eener toegeving:
al bezwoer hij hen
,
bezwoer hij hen ook.
Bezweren
is eig.: eene formule uitspreken over iemand of iets, waardoor men den
persoon of de zaak in zijne macht krijgt, aan zijn' wil onderwerpt; vgl.
slangen
,
stormen bezweren
, enz. In eenigszins zwakker beteekenis is het: ‘door ernstig,
smeekend dringen trachten iemand tot iets over te halen.’
vs. 113.
wijlen:
‘toeven.’
vs. 114. De weglating van het lidw.
een
is hier niet goed te keuren. Wel is de
Bombax
een
wondre:
‘wonderbare’ boom: hij heeft een' scheeven stam, die de
reusachtige hoogte van 30 Meter kan bereiken en eene dikte van 2 Meter, terwijl
de blaren kolossale schermen vormen.
vs. 117.
balsemluchten: balsem
is eene welriekende vloeistof, die ter genezing
in wonden gegoten wordt, of eene zalf, die voor bederf bewaart. De lucht van
Sumatra doet, in tegenstelling met de gure luchten van
1) Zie
Mndl. Wdb
.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji