91
tegenstellend
of
verbonden, doch dat dit voegwoord bij de tegenwoordige sprekers
in dergelijke zinnen eigenlijk nergens precies in zijne gewone beteekenis wordt
opgevat; dat het niets meer is dan een verbindingsmiddel, dienende om de zinnen
met elkander in betrekking te brengen, zonder den aard dier betrekking duidelijk
aan te geven. Wil men echter eenig denkbeeld geven van het verband tusschen
beide deelen, dan kan men, naast het tweede deel een' bijzin van denzelfden inhoud
plaatsen, voor de eerste 4 groepen met, voor de laatste 3 zonder ontkenning, ten
einde daarmede dat tweede lid te vergelijken. Zoodoende verkrijgt men:
1. Er is geen mensch, die niet moet sterven.
2. Ik heb dat nooit gedaan, terwijl het mij niet berouwd heeft.
3. Niemand is zoo wijs, dat hij niet nog iets kan leeren.
4. Het duurde niet lang, terwijl het niet begon te regenen.
5. Er scheelde niet veel aan, dat hij gekozen was.
6. Het kon niet anders, dan dat dit bericht mij moest verbazen.
7. Ik twijfel er niet aan, dat hij wel zal terugkomen.
Die vergelijking geeft den leerling, die nog niet met de geschiedenis dezer
volzinnen kan beziggehouden worden, althans eenig inzicht in den aard der
betrekking, die tusschen beide deelen bestaat.
Acht men een dergelijk naast-elkander-zetten van volzinnen met ongeveer gelijke
beteekenis niet gewenscht, dan onthoude men zich geheel van de vermelding dezer
zinnen met
of
, totdat de leerling ver genoeg gevorderd is, om ze te kunnen
beschouwen in het licht van de geschiedenis onzer taal.
T.T.
Sprokkel.
Een wassen neus.
Hoe men er toe gekomen is, de uitdrukking ‘'t is maar een wassen neus’ te gebruiken
in de beteekenis: ‘men kan dat draaien zooals men 't hebben wil’, is op te maken
uit de volgende plaats uit Marnix'
Bijen corf:
‘Hier mede maeckt sy van de Schrift
een Weerhaen, die met alle winden omwayet, ende een Wassen Neuse, die aen
alle kanten buygen kan.’ (Uitg. z.j. te Amst. by M. de Groot en J. Conijnenbergh,
blz. 55 v.).
R.A.K.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji