122
Een steen, heet allectorius.
Nadat hi dien ontfaet aldus,
En drinct hi nemmermeer daernaer;
Dus weetment, of hine hevet overwaer.
In der steene boec hier naer
Hoert sine cracht al overwaer.’
In ‘der steene boec’,
Nat. Bloeme
XII, vs. 155-172, lezen wij dan:
‘Allectorius es overeen
Dat wi heten den capoensteen,
Als ghi moeghet ondersoec
Hier voren doen in der voghel boec,
Van der grote dat es een bone,
Ghedaen na dat carstal scone,
Anders dan hi donker es.
Diene in den mont draghet, sijt seker des,
Hine laet ghenen dorst hem naken an.
Dus proeft men, of hi vrai es dan.
In wighen es hi zeghevri ter were
Ende bejaghet prijs ende ere.
Sinen draghere maect hi lief ende wijs,
Ende meest vrouwen, die mesprijs
Van haren mannen moeten ghedoghen,
Doet hi die manne vrientscap toghen.
Alsture vordel an wilt jaghen,
Moestune in den monde draghen.’
Bij ‘een comediant’ vs. 10 ware niet overbodig geweest, op te merken, dat
wesen
niet als gewoonlijk
karakter
, maar
uiterlijke gedaante
of
gelaat
beteekent.
Bij ‘een alchymist’ vs. 47 mis ik de verklaring van
Godheit
als
goddelijkheid
, terwijl
bij vs. 41 wel even had mogen gewezen worden op het vrouwelijk geslacht van
bed-gemael
, waarvoor wij nu
gemalin
zouden schrijven, ofschoon het Ohd.
gimahala
,
gimâla
naast het mannelijke
gimahalo
bewijst, dat een vrouwelijk
gemaal
of, wil
men,
gemale
bestaan kon. De bijvoeging van
bed
doet mij vermoeden, dat Huygens
tevens aan het werkwoord
malen
= zaniken denkt, en dus in de
bed-gemael
iemand
voorstelt, die bedsermoenen houdt.
Bij ‘een algemeen poeet’ vs. 23 had opgemerkt kunnen worden, dat de dichters
uit Huygens' tijd hunne kennis van de Metamorphosen vooral putten uit het werk
van Karel van Mander ‘Uytleggingh op den metamorphosis Pub. Ovidii Nasonis.
Alles streckende tot voordering des vromen en eerlijcken Borgherlijcken Wandels.
Seer dienstigh den Schilders, Dichters en Constbeminders. Oock ghelijck tot leeringh
byeenghebracht en geraemt’, Amst. 1616, en later meermalen herdrukt.
Bij ‘een matroos’ vs. 10 heeft de Hr. E. verzuimd de variant der
Otia
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji