276
vs. 152.
tentatie:
‘verzoeking’.
vs. 154-155. Woorden, die rijmen, behooren bij elkander; zoo doen ook de zaken,
die hier genoemd worden. Wie draalt met de verzoeking te ontvlieden, zal allicht
ten val komen.
Falen:
‘missen, mis loopen, mis gaan’ zoowel van personen als van
zaken:
Zijne plannen falen
en
hij faalde in zijne plannen
. Onpersoonlijk gebruikt is
het syn. met
ontbreken
. Men lette ook op 't verschil tusschen
falen
en
feilen. Hij
faalde in zijne plannen
en
hij feilde in zijne berekeningen:
‘maakte fouten’.
Hij heeft
gefeild:
‘hij heeft eene zedelijke fout begaan’.
vs. 157.
vast:
‘reeds, alreede, alvast’; vgl. vs. 52 van
Machteld
.
vs. 161. Bij
gluipen
en
sluipen
moet ook gedacht worden:
naar de steê;
zij gaan
gluipende en sluipende daarheen. De beide woorden moeten hier vooral niet in te
ongunstigen zin worden opgevat. Govert en Elze bespieden het paartje en trachten
het ongemerkt op zijde te komen, om het te verrassen.
Gluipen
is eig. met valschen,
loerenden blik naar iets kijken, zooals degene doet, die iets kwaads in den zin heeft.
vs. 168.
vernomen
, hier in den ouderen, ruimeren zin van ‘opmerken, bespeuren’,
die o.a. ook bij Staring nog meermalen voorkomt. Vroeger kon men iets
vernemen
met alle zinnen; tegenwoordig is de bet. beperkt tot het te weten komen door middel
van 't gehoor of van eene schriftelijke mededeeling.
vs. 171.
zwager
, in spe natuurlijk!
vs. 177-178.
De vrijheid is blijheid:
zij brengt uit haren aard blijheid mee. Vgl.
deugd is geluk
,
plicht is strijd
, enz.
vs. 182.
beiend:
‘beidend, afwachtend’.
Beiden
is afwachten, 't zij met verlangen,
't zij met vrees, tegenzin, enz.;
verbeiden
met verlangen.
vs. 188.
duchtend
voor verwijt of spot.
vs. 190.
de linke
,
regte
(
hand
), minder gebruikelijk dan
linker
,
rechter
. Naast
linke
gebruiken dichters ook
slinke
, welks beginletter nog niet verklaard is, en waarvan
weer
slinks
en
slinksch:
‘listig, valsch’ onderscheiden van
links
,
linksch:
‘onhandig.’
-
mijn pand:
‘mijn eigendom’; zij had hem die, meende hij, reeds afgestaan.
vs. 193.
eenkennig
, gewoonlijk van bleue kinderen gezegd, die maar van één
persoon, de moeder, wat willen weten, uit
één
,
kennen
en
ig:
samenstelling door
afleiding. Hier dus ook: Wees niet verlegen!
vs. 198-199.
gaarne zien mogen:
‘veel houden van’.
vs. 200.
Lichtmis:
‘Maria Lichtmis, Vrouwendag’. De tijd tusschen Kerstmis en
Vrouwendag - zes weken ongeveer - was vanouds en
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji