370
vs. 1.
die in 't booze ligt:
uitdrukking aan den Bijbel ontleend: Wij weten dat wij uit
God zijn, en dat de geheele wereld ligt in het booze, 1 Joh. V:19.
vs. 3.
verzaakt:
‘opgegeven, afgezworen’; vgl.
zijn geloof verzaken;
vandaar ook:
een' vriend verzaken:
‘verloochenen’,
zijn' plicht verzaken:
‘verzuimen’. Eigenlijk
beteekent het woord ‘zich bij eene rechtzaak tegen iets verklaren’, want
zaak
is
oorspr. ‘rechtzaak’. Zie de
Etym. Woordenboeken
.
vs. 5, 6.
wijntjen
en
Trijntjen
voor:
de wijn en de vrouwen
behoorden vanouds bij
elkander, om de zaak en om den naam. De uitdrukking is eene vereeniging van
rijmende woorden, als in:
met raad en daad
,
schot en lot
, enz. Men merke op, dat
Wijntjen
ook als vrouwennaam voorkomt; daardoor kon het te beter met
Trijntjen
verbonden worden. Onze voorouders waren vooral liefhebber van Rijnwijn, die
gulden
genoemd wordt om de kleur.
vs. 7.
togen:
‘teugen’. vs. 8.
boeltjen:
‘minnares.’ -
fluit:
‘wijnglas’ van langwerpigen
vorm tegenover den dikbuikigen roemer. Men vergelijke Potgieters gedichtje:
Of
Rijnsche roemer
,
òf Fransche fluit
, Poëzie II, waarbij de eerste gevuld wordt met
Rijnwijn, de laatste met Franschen wijn, bepaaldelijk met champagne.
vs. 10.
zijn korentjen groen eten:
eigenlijk het koren eten, terwijl het nog groen
is, d.i. als het nog geen tijd gehad heeft, om rijp te worden. In fig. zin: in zijne jeugd
losbandig leven, er den boel doorbrengen.
vs. 11.
wierd
, voorw. wijs:
zou worden
.
vs. 12.
snol:
‘gemeen vrouwspersoon’. Zij zouden, indien neefje alles erfde, reeds
goede sier maken vóór de begrafenis.
vs. 15.
dossen:
‘uitdossen’, van
dos:
‘sierlijke, feestelijke kleeding’.
vs. 16.
een boeijer en twee vossen
. Men ziet, dat varen en rijden de liefste
bezigheden van neef waren.
Vossen
zijn roodbruine paarden.
vs. 17.
maken:
‘vermaken, doen erven’.
vs. 26.
behoort:
‘komt toe’;
den regten erven:
‘den wettigen erfgenamen’. P. heeft
hier zeker gedacht aan het oude rijmpje, voorkomende bij Cats I, 335:
Zoo gij wilt in ruste sterven,
Laat uw naaste vrienden erven,
Maar deze voegt er bij:
't En ware zij het zeer verkerven.
vs. 27. De vader had er bijgevoegd: ‘behoort hen niet te onterven’.
vs. 28.
een codicil:
‘een aanhangsel tot een testament’. Oom zou dus aan het
testament, waarbij hij reeds alles aan de kerk vermaakt had, de bepaling kunnen
toevoegen, dat zijn neef zeker legaat zou erven.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji