229
vs. 52.
trony
. In zijn
Leven van Bakhuizen van den Brink
zegt P., sprekende over
dezes uiterlijk: ‘Hij bezat, wat kiest u? hij bezat waarheidsliefde, hij bezat oordeel
of smaak genoeg, om in een paar flinke oogen geen vergoelijking te vinden, voor
wat overigens aan zijne tronie ontbrak.’ - ‘Tronie, Mijnheer!’ - ‘Tronie, me lieve! hij
mogt een grof woord voor een grof ding;’ t.a.p., p. 84.
vs. 53.
Roeltjens liefste
, niet: ‘R's vrijer’, maar ‘dien R. het liefste heeft.’
T.T.
Sprokkels.
Mee voor me (m'n, mijn).
Voor het bezitt. vnw.
mijn
hoort men in de spreektaal dikwijls
me
, met toonlooze
e:
'n boek van me vader; er was brand in me huis
enz. Opmerkelijk is het, dat men in
de 17
e
eeuw soms
mee
aantreft in de plaats van dat
me:
‘Y godt mocht ick
mee
leets eens wreecken,
na
mee
wens.’
(
Klucht van Trijn Ratels
, door D.A. Opmeer, Amst. 1660, blz. 8).
... ‘Cupido moet voorseecker in
mee
pens hebben een vier gestoockt.’
(Ald. blz. 12).
‘Elck loopt sijn dulle loop, en laet
Mee
-vrouw
wat praten.’
(Steven Theunisz van der Lusts
Ongheblanckette Maria Stuart
, Haerlem, 1652, blz.
6).
Ook eenige keeren in Jan Klaez, zie
Zwolsche Herdr
. VIII/IX, Woordenl.
R.A.K.
Opperman.
Dat dit woord niet in verband staat met een ww.
opperen
, ‘het materiaal aanbrengen’
(Franck,
Etym. Wbk.
705), maar veeleer met Lat.
operarius
(ald.), misschien wel
afkomstig is van Spaansch
operario
of
obrero
(werkman), schijnt te blijken uit
Huygens'
Korenbloemen
(1658), blz. 823.
Ald. blz. 847: ‘Hij waer geen Metselaer, waer ick geen Operman.’
‘
Operman
.
Ick ben een Slaef en blijf 't; daer is niet uyt te raecken:
Dat komt van 't mengelmoes van oud' uytheemsche spraecken.
Sprack Hollant eens goet Duytsch (ziet wat een' letter kan)
Ick waer zoo goed als Baes, ick waer een Opper-man.’
R.A.K.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji