259
omdat ze bestond in druk gestoei. Men lette hier en elders op de allitteratie, waarvan
P. ook in dit gedicht hier en daar gebruik maakt.
vs. 238.
kweelen:
‘zingen’ van personen gezegd, is thans een archaïsme; in de
17
e
en 18
e
eeuw niet.
vs. 240.
vremd
, bijvorm van
vreemd
, vgl. mndl.; en hd.
fremd. 't
, nl. het liedje, dat
hij voor Roeltjen gezongen had.
Louw en de waarzegster.
vs. 3.
hoe maats we waren:
‘welke groote vrinden we waren.’ Men zou den zin
kunnen beschouwen als eene omzetting van
hoe we maats waren:
‘hoezeer we,
enz.’, maar dit is onnoodig. Men kan
hoe maats
ook aanmerken als het meerv. van
hoe'n maat
, waarin het bijw.
hoe
den dienst doet van
uitroepend-vragend
voornw.
Vgl.
Weet je nog wel hoe 'n hekel hij daaraan had
‘welk een' grooten hekel, enz.?’
vs. 4.
naar Groenland
. Het zal wel niet noodig zijn, te wijzen op het belangrijk
aandeel, dat onze voorvaderen hebben gehad aan de walvischvangst in de
Noordelijke IJszee, de zoogenaamde Groenlandsche visscherij. Elke vaderlandsche
geschiedenis geeft daaromtrent uitsluitsel.
vs. 5.
Moertjen
, de oude gezellige naam voor elke bejaarde vrouw. Nog wel
moeder
,
moedertje
, als men eene vrouw uit de volksklasse aanspreekt. Men denke
ook aan
bestemoer
,
minnemoer
,
bakermoer
,
grootemoer
, thans afgekort tot
bestje
(
besje
),
min
(
ne
),
baker
,
groot
(
je
); vroeger ook
vroemoer:
‘vroedvrouw.’
vs. 6.
een ammuletties:
‘eene amulet’, voorwerp van steen, metaal of andere stof,
van figuren, letters of spreuken voorzien, dat bij de Mohammedanen, ook bij de
Grieken en Romeinen en tegenwoordig nog veel bij Romaansche volken gedragen
wordt als voorbehoedmiddel tegen ziekte, verwonding, enz. Ook Louw geloofde
aan de kracht er van en had er daarom eene van de waarzegster meegenomen.
De vorm
amuletties
, dien P. zeker ergens gevonden had, schijnt wel het meerv. te
zijn van
amulettie
=
amuletje
.
vs. 9.
het sticht niet:
‘het voegt niet’, nl. er verder over te spreken.
Stichten
is hier
ongeveer: ‘goed doen, een' goeden indruk maken’; maar het is een trans. ww. met
weggelaten voorwerp:
het sticht de menschen niet
. Vergelijkt men
stichten
met hd.
erbauen
en fra
édifier
, dan ziet men, dat het eigenlijk wil zeggen: ‘opbouwen (in het
geloof)’. Wie nu daarin opgebouwd wordt, hoort een goed, gepast woord, ontvangt
een' goeden indruk. Zoo hangt het stichten van eene preek samen met
stichten:
‘een' goeden indruk maken’.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji