375
vs. 33.
de schelle luit: luit
staat hier voor een of ander snareninstrument, bij de
Javaansche dansmeisjes in gebruik.
vs. 34.
der Bajaderen-schaar: Bajadere
,
fra. bayadère
, is de uit het portugeesch
ontleende benaming der Indische dansmeisjes ‘namelijk uit Hindostan’, zegt Veth,
Uit Oost en West
, ‘niet van de Javaansche, die
ronggeng
of
talèdèk
genoemd
worden’. P. neemt hier dus de vrijheid, de veel meer bekende Hindostansche voor
de minder bekende Javaansche benaming te gebruiken.
Men vergelijke met dit couplet en den aanhef van 't volgende het gezegde van
Jan Compagnie in
Jan
,
Jannetje
,
enz.
, ‘schoon ik misschien maller ben met mijne
danseressen, dan het ooit den slungel (Jan Salie) in zou vallen te zijn, ik leide geen
louter nabobsleven’, Proza I, 27.
vs. 42. Hij ziet de vaderlandsche vlag.
Oranje
en
blanje
om op elkaar te rijmen,
waarbij men bedenke, dat
oranje
eig.
orange
en
blanje blanche
is.
vs. 43.
opdoemen:
‘uit den nevel te voorschijn komen, zichtbaar worden’.
vs. 44.
beu:
‘moê; afkeerig van’
iets beu zijn
of
van iets beu zijn
.
vs. 47.
pais
, spr. uit:
peis
, fra.
paix
, vrede.
vs. 48.
Wie zoekt Jan Compagnie?
Wie wil er in dienst van J.C. treden?
vs. 49.
los:
‘loszinnig, losbandig’.
vs. 50.
baasje van de baan:
‘als baasje, enz.’ Als haantje-de-voorste onder de
losbollen. Men denke hier aan de kolf- en kegelbanen, als de gewone
vergaderplaatsen der jeunesse dorée in de 17
e
eeuw.
vs. 51.
scheidde van zijn mooijen duit:
‘zijn mooien duit had opgemaakt’;
duit
als
collectief voor: ‘hoeveelheid duiten d.i. geld’.
vs. 53.
razen:
‘losbandig leven, den losbol spelen’.
eêle vent:
het adjectief
edel
is niet in strijd met het
razen: eéle vent
of
eéle baas
, zooals men in de 17
e
eeuw
ook zei, is eenvoudig eene wat vriendelijker uitdrukking voor
vent
,
baas
, alleen.
vs. 55.
als de bonte hond bekend zijn:
‘bij Jan en alleman bekend, gewoonlijk:
ongunstig bekend, zijn’. Spreekwijze, zeker ontleend aan de omstandigheid, dat
een bonte hond weinig voorkomt en dus dadelijk de algemeene opmerkzaamheid
trekt. Ook het hoogd. heeft:
verrufen wie ein bunter Hund
.
vs. 58.
er
, nl. in de Oost. -
het zeil in top hijschen
, om nl. naar het vaderland terug
te keeren.
vs. 59.
een schip reeden:
‘een schip uitrusten’, vgl.
reeder
. Het ww. komt ook voor
in verbinding met
kleeden: zich kleeden en reeden:
‘zich geheel (ge)reed maken’.
vs. 60.
niet voor een ton opstaan:
‘meer dan een ton (gouds) rijk zijn’. Men staat
op uit eerbied voor zijn' meerdere en ‘ten onzent’, heeft P. ergens gezegd: ‘heeft
ieder eerbied voor geld’. Wie dus niet
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji