348
ook al zijn de vormingen van sommige grondwoorden niet in de mode, van
voorzetsels b.v.; wat niet is, kan worden. En bovendien, al staat zoo'n vorming
geheel op zichzelf, die kan wel eens zoo goed wezen dat velen die napraten.
Natuurlijk is niet te zeggen, in hoeverre ze stuk voor stuk in de algemeene spreektaal
komen
1)
. Maar tegen de vorming zelf is niets te zeggen: het zijn analoga; en er zijn
analoga.
't avond
t
, 't morgent (Piet Paaltjes); 't zon
t
, 't paarlmoer
t
(Couperus); 't gedruisch
om
t
om hem heen (Couperus);
van ‘om’, als ‘int belastingen’ van ‘in’; en ‘uitwoorden’ van ‘uit’.
Nog vindt men een -
t
, als -
d
vaak geschreven (onechte
d
2)
, bij participia
3)
.
gestaald (eig. gestaal
t
), gemasker
d
; het lichaam opgestijf
d
door de zilte lucht en
de stugge bries (van Nievelt).
Ook hier zijn nieuwe:
Wij hebben gepok
t
en gemazel
d
; getromp
t
en geruiter
d
(Busken Huet).
Met nog het praefix
be
-,
ge
- voor het woord, vormt men met -
t
, vaak weer als -
d
geschreven, woorden als:
klein be-huis-
d
, hoog be-jaar-
d
, wit ge-das-
t
, ge-laars-
d
en ge-spoor-
d
,
gehandschoen-
d
, ge-machien-
d
, gebulhond (voor gebulhon
t
).
39. 't Suffix -
te
, -
de
vormt verbogen participia:
ge-masker-
de
, ge-handschoen-
de
, de goudge-straal-
de
morgenzon (Bilderdijk),
goudbe-tin
te
wieken (Heye).
Maar ook verleden tijden, hoe langer hoe meer; vele sterke werkwoorden hebben
al een zwak verleden tijd; meer krijgen het.
schep
te
, hinnik
te
, lamenteer
de
, vrij
de
, bak
te
, hijg
de
.
Nieuwe formaties zijn er ook van nomina:
Een grijze damp... dofte 't blauw der hemelwanden. - Mijn hulk voortaan zon veilig
drijven, ‖ Tot ze eenmaal havende in het graf (Da Costa). - Daaromheen mierden
de menschen als kleine zwarte beestjes in kromme en rechte lijnen over de grond.
- In groote kringen cirkelde hij om hem. - Zijn schoenen knorrukten over de steenen.
- 't Rumoer omtalmde hem. - 't Nachtte boven de stad (van Deijssel). - Wolklachte
de vreugde.
Natuurlijk staat ‘paarlmoert’ anders tot ‘paarlmoer’ als ‘zont’ tot ‘zon’, en als
‘geruiterd’ tot ‘de Ruiter’. Maar dat is ook bij ‘maskeren’ en de andere zoo, daar ik
boven 't over had.
1) Zie hierover, blz. 351.
2) Zie hiervoor blz. 277, 306.
3) Taalgids VIII, 33.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji