67
kan men naast:
Ik bemin haar als eene zuster
, zeggen:
Ik bemin haar
,
als men eene
zuster bemint
, de eerste zin is volstrekt niet uit den tweeden ontstaan en het
gebruik van onvolledig doet dit licht vermoeden.
Terloops zij hier opgemerkt, dat wij het nuttig achten, de termen onvolledig
en onvolkomen juist te onderscheiden. Onvolledig = elliptisch. Spreekt men van
onvolledig, dan moet de uitlating te bewijzen zijn. B.v.:
Hij is twintig jaar. - Ofschoon
arm
,
getroost ik mij geene vernederingen
. Aan deze zinnen zijn ontwijfelbaar:
Hij is
twintig jaar oud
,
ofschoon ik arm ben
voorafgegaan. Een onvolkomen zin is
daarentegen de uitdrukking eener gedachte, die het niet tot zin heeft kunnen brengen,
dus m.a.w. den persoonsvorm mist, ten gevolge van gering meesterschap in het
spreken of van haast, drift, streven naar kortheid enz. B.v.:
Ik stoel. - Brand!
Een
onvolledige zin is uit een volledigen ontstaan; een onvolkomen zin kan er toe
uitgebreid worden, doch is het nooit geweest. Men zou de vergelijkingen sub 1 en
2 dus onvolkomen vergelijkende zinnen kunnen noemen; doch naast den term
vergelijking is dit onnoodig, daar eene vergelijking niets anders is dan een
vergelijkende zin in den dop.
Beschouwen wij thans de vergelijkingen, die door
dan
ingeleid worden.
Prof. Beckering Vinckers heeft in een artikel, getiteld ‘Amphibieën in het
woordenrijk’
1)
uitvoerig betoogd, dat het woordje
dan
, oorspronkelijk bijwoord, in
vele Germaansche talen tusschen voegwoord en voorzetsel weifelde.
In ditzelfde artikel wordt als de waarschijnlijkste verklaring voor het gebruik van
dan
na een comparatief aangenomen, dat deze aanwending begonnen is na het
woordje
eer
. Om dit duidelijk te maken, haalt de schrijver o.a. aan Béovulf 1183:
Gif thu er dhonne he ..... worold oflaetest
= Indien gij eer dan hij ..... de wereld
verlaat. Zet men hier de komma achter eer:
Indien gij eer
,
dàn hij
,
de wereld verlaat
,
zoo wordt de overgang van het bijwoord
dan
tot voegwoord zeer begrijpelijk. Nog
in de tegenwoordige taal komen constructies voor, die naast de gegevene kunnen
gesteld worden; b.v. deze regels van Heye:
Eer zou ik de druppels tellen
Van die wellen
,
Dan het heil en leven
,
dat uw vloed
Spruiten doet
.
Ook Prof Brill
2)
verklaart
Jan is grooter dan ik
als ontstaan uit de parataktische
verbinding:
Jan is grooter
,
dàn ik
.
1) Zie
Noord en Zuid
IV, pag. 1 vlg. en pag. 129 vlg.
2)
Dr. W.G. Brill,
Ned. Spraakl.
2
, § 122.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji