76
Over de zoogenaamde bijzinnen met
of
, die met een' ontkennenden
hoofdzin in verband staan.
Eene eigenaardige constructie hebben in onze taal die samengestelde volzinnen,
welke bestaan uit twee zinnen, waarvan de eerste ontkennend is of althans een
ontkennend zindeel bevat, terwijl de tweede met den eersten verbonden is door
middel van het voegwoord of. Wij beginnen onze beschouwing dezer volzinnen
met de noodige voorbeelden op te geven. Gemakshalve ontleenen wij ze op eene
enkele uitzondering na aan het Woordenboek der Nederlandsche taal,
dat een bijna volledig overzicht geeft der gevallen, waarin zij voorkomen. Alleen in
de rangschikking wijken wij eenigszins van het Woordenboek af.
1. Er is geen mensch,
of
hij moet sterven. Er waren weinig (niet veel) huizen,
of
zij
waren beschadigd.
2. Ik heb dat nooit gedaan,
of
het heeft mij berouwd. Hij komt zelden (niet vaak)
te Amsterdam,
of
hij gaat eens naar Artis. Ik kom nergens,
of
ik hoor er over spreken.
3. Niemand is zoo wijs,
of
hij kan nog wel iets leeren. Het werk is hier zoo druk
niet,
of
ik kan het met Antje best af.
4. Het duurde maar kort (niet lang),
of
het begon hem te vervelen. Het leed niet
lang,
of
de bende bevond zich vlak achter hen. Nauwelijks was hij weg,
of
er ging
eene deur in het vertrek zachtjes open. Pas waren wij de deur uit,
of
het begon te
regenen. Niet zoodra had ik dit gezegd,
of
hij stond op en ging heen.
5. Het scheelde weinig (niet veel),
of
hij was gekozen. Er ontbrak niet veel aan,
of
wij hadden de meerderheid.
6. Het kon niet anders,
of
dat bericht moest mij verbazen. Ik kan niet anders
zeggen,
of
uw werk bevalt vrij goed. Ik weet niet beter,
of
hij is springlevend.
1)
Bovendien komt deze wijze van zinsbouw nog voor in:
7. Ik twijfel er niet aan,
of
hij zal wel terugkomen. Er is geen twijfel aan,
of
het schip
is verongelukt.
1) Zie het Wdb. i.v.
of
.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji