143
Ik wil nu trachten een systeem te ontwikkelen, dat voor den tegenwoordigen toestand
van zaken aan den eisch voldoet. Ik hoop dat ik mij daarbij niet schuldig zal maken
aan de fouten, waaraan, volgens Paul, degenen die het reeds beproefden, zich niet
konden onttrekken: ‘willkürlichkeit und spitzfindelei’.
Mocht ik slagen, dan komen wij in de eerste plaats tot een betere
indeeling;
maar
in de tweede plaats (en dat voordeel schat ik véél hooger dan het eerste) tot een
beter
inzicht
.
Het is niet mogelijk, zich een handeling anders te denken dau in het verledene, het
tegenwoordige of het toekomstige.
1)
Ook kan een handeling niet anders zijn dan
onvoltooid of voltooid.
2)
Met deze gegevens moeten wij dus combineeren.
Wij krijgen vooreerst:
Toekomende
Tijden.
Tegenw.
Tijden.
Verleden
Tijden.
ik zal loopen.ik loopik liepa.
onvoltooid:
ik zal geloopen
hebben.
ik heb geloopenik had geloopenb.
voltooid:
Dit is volkomen duidelijk. En men kan zich gemakkelijk voorstellen, dat er
taalkundigen zijn geweest, die van niet meer dan zes tijden in de aantoonende wijs
wilden hooren, en de beide verleden toekomende tijden een plaats aanwezen in de
voorwaardelijke wijs. Aan die fout maakt men zich tegenwoordig niet meer schuldig.
Terecht heeft men ingezien, dat wij in zinnen als: ‘Als ik kon,
zou ik
hem
helpen
’,
‘Als hij zoo tegen mij had gesproken,
zou ik
hem anders
hebben geantwoord
’ met
de voorwaardelijke wijs te doen hebben, terwijl wij de aantoonende
1) Combinaties van die begrippen (b.v. een combinatie van
verleden
en
tegenwoordig
in zinnen
als:
hij woont al lang te Amsterdam;
of van
verleden
,
tegenwoordig
en
toekomend
als in:
de
mensch is sterfelijk
) laten wij hier buiten beschouwing.
2)
Onvoltooid
en
voltooid
. Verschil van opinie is hier mogelijk. Men kan zeggen: een handeling
is afgeloopen (voltooid), aan den gang (onvoltooid) of te verwachten. Mij dunkt, dat er voor
laatstgenoemde indeeling veel te zeggen valt, schoon men er tegen kan aanvoeren: een te
verwachten handeling is eerst als
handeling
te beschouwen, wanneer wij ons op dat oogenblik
der toekomst verplaatsen, waarop die handeling zal geschieden;
te verwachten
zegt dus niet
iets van de handeling (zooals
voltooid
en
onvoltooid
), maar van den tijd waarop de handeling
plaats heeft. Ik geloof, dat dit bezwaar wel uit den weg te ruimen is, en dat b.v. zinnen als:
wij eten om
5
uur; ik kom!
geacht kunnen worden in den ‘te verwachten tegenwoordigen tijd’
te staan. Dat ik mij nochtans aan de indeeling in voltooid en onvoltooid heb gehouden,
geschiedt 1
o
. omdat zij gebruikelijk is en een nieuwe indeeling den lezer het volgen van mijn
betoog zou bemoeilijken, 2
o
. omdat de ‘te verwachten’ tijden alle in vorm overeenkomen met
onvoltooide tijden en een nieuwe indeeling dus voor mijn doel geheel overbodig is.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji