335-336collectiva met -goed, -tuig-, -boel,
-rommel, -pak
266, 269, 296constructies
200, 301constructie (Merkwaardige -)
219constructie (Ongewone -)
305constructie bij den Infinitief
376constructie met of: verdedigd
301, 305-306constructies met Deelw. en met Infinitief
313-315, 316-362critiek der Nederlandsche Grammatica
352-355critiek d. Woordvormingsl.
219Dagen
220datief in poëzie
346, 349datief: in koelen bloede, e.d.: hoe in de
gramm. te behandelen
301deed (Ontled. van: die Abraham den
vadernaam hooren -)
301deelwoord (constructie)
306deelwoord (verl. -)
325deflectie: ook in de samenstelling
337deminutief (-lief als -).
305-306denken, meenen: m. Infinit. e.m. Deelw
219
der: 3
e
nv. vr. meerv.
200derven (Onregelmatige constructie met
-)
241deur (M.d. -) in huis vallen
307De Vries over Grammatica en Taal
216dialecten (Hoe worden -)?
261diefzak
363diets maken
317, 325, 341, 342, 347, 362doctrinarisme in de Nederl. Grammatica
123doen noemen = noemen?
222dokken
258donker (In den -)
334doodarm
217doorluchtig
380dragen (Zich -)
225drift en tocht
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji