185
cap. 2 en 3. Dr. Stoett, die dat opmerkt, noemt echter
drijven en dragen
in reg. 34
te onrechte de vertaling van
agere et ferre
, daar het Latijn van Tacitus, dat hier
blijkbaar gevolgd is,
agere et vertere
luidt, zoodat
dragen
dus moet opgevat worden
als te staan voor
verdragen
, d.i. verplaatsen, veranderen, het onderst boven gooien.
Ook zouden de verwijzingen naar Tacitus met nog meer andere vermeerderd
kunnen worden. Zoo b.v. ware het niet nutteloos geweest, op te merken, dat reg.
136 vlg.: ‘in overdaad lastig voor vorsten, in armoede naulyx voor slechte burgers
te verdraaghen’, de vertaling eener zinsnede uit Tacitus'
Historiae
I cap. 21 is. Door
het ontbreken van de komma achter
overdaad
en
armoede
loopt men gevaar na
vorsten
een aan de volgende zinsnede ontleend
te verdraaghen
in te voegen en
lastig
verkeerd op te vatten. Dat het niet door
verdraaghen
behoeft aangevuld te
worden, maar daarvan juist het aequivalent in de eerste zinsnede is en opgevat
moet worden als
bezwarend
(wegens de groote kosten), blijkt, wanneer men het
Latijn er naast legt: ‘luxuria, etiam principi
onerosa
, inopia, vix privato toleranda.’
Duidelijker bracht Hooft dat over bij zijne vertaling van Tacitus met: ‘door overdaadt,
zelfs eenen Vorste lastigh, behoeftigheit, naauwelijx eenen slechten burger
verdraghlyk.’ - en toch zou men ook daar, als men het Latijn niet had, nog gevaar
kunnen loopen, te denken, dat de overdaad der edelen door Hooft eenen last voor
den vorst werd geacht. Men ziet uit dit enkele staaltje, dat met vele andere te
vermeerderen ware, hoe moeielijk het is, Hooft's proza goed te verstaan en hoe
dankbaar men ieder hulpmiddel daartoe moet aangrijpen.
Over het algemeen doet men verstandig, zich bij het lezen van Hooft's proza
telkens de vraag te stellen: hoe zou het Latijn kunnen geluid hebben, waaruit hij
dezen of dien zin vertaald of waarin hij dezen of dien zin zich het eerst gedacht
heeft. Bij een uiterst uitvoerig en inspannend, maar daarom niet minder gewenscht
onderzoek naar de bronnen, die Hooft gebruikt heeft, zou men vermoedelijk telkens
zinnen of zinsdeelen aantreffen, die Hooft vertaald of half vertalende gewijzigd heeft;
en zoo zou het dan vermoedelijk blijken, dat zijne Historiën een kunstig mozaiekwerk
zijn van allerlei kleine brokjes uit de geschiedwerken van allerlei schrijvers
losgebroken en hier verduitscht tot een keurig geheel samengevoegd. Liet de ruimte
het mij toe, dan zou ik althans uit de
Annales
van De Groot en uit
De bello Belgico
van Strada verscheidene plaatsen kunnen aanhalen, die door Hooft in zijne Historiën
vertaald zijn.
Men moet echter voorzichtig wezen, want Hooft neemt niet slaafs of zonder overleg
over. Zoo wordt in reg. 1888
gevaar
met krediet verklaard, en het is niet onmogelijk,
dat die vertaling juist is, maar de aanhaling, Tacitus'
Annales
XV 53, waar ‘Antoniam
nomen et periculum commodavisse’ door Hooft vertaald is met ‘dat Antonia hem
haaren naam en
gevaar
hebbe geleent’ past hier niet geheel, want daar beteekent
periculum
niet
krediet
, maar moet men vertalen: ‘dat Antonia haren naam en haar
lot in zijne handen zou
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji