372
vs. 384.
der uitgelaten rei
. Misschien schrijft P. hier
rei
, omdat de wilden een' dans
uitvoerden;
rei
is toch
dans
, maar ook:
dansende groep
. Doch dan deugt het geslacht
niet, want dit woord is mannelijk. Men zou intusschen uit P.'s werken vrij wat plaatsen
kunnen aanhalen, waarin het verschil tusschen
rij
vr. en
rei
mnl. niet nauwkeurig is
in acht genomen.
vs. 386.
drillen:
‘werpen’, eig. ‘zwieren, zwaaien, eene draaiende beweging maken
of doen maken’. Van spietsen gezegd, beteekende het: ‘er mee exerceeren’, vandaar
oudtijds:
drilmeester
: ‘instructeur bij de soldaten’,
drilveld
: ‘exercitieveld’ en van daar
weer: ‘
iemand drillen
’ ‘iemand op strenge wijze iets leeren, hem iets inpompen’.
vs. 387.
ten gloênden doop
dompelden zij hunne spietsen in 't vuur. Zij staken ze
er namelijk midden in, om ze straks weer met vogelvlugge beweging er uit te halen.
vs. 393-394.
de invloed - verloochende zich niet:
‘de invloed - liet zich duidelijk
bemerken’.
Iemand verloochenen
is: doen, alsof men hem niet kent, niets van zijn
bestaan weet’;
zich verloochenen:
‘doen, alsof men van zijn eigen bestaan onbewust
was’, dus: ‘zich zelven wegcijferen’. Wat zich dus niet verloochent, laat duidelijk
zien, dat het er is.
vs. 396.
de ouderdom:
‘de ouderen onder de vijandige wilden’.
vs. 397.
lang gehuisd
, bekn. bijv. bijzin bij
erfwrok:
‘die lang (in 't hart) gehuisd
was’;
gehuisd zijn:
‘voorzien zijn van een huis, wonen’, vgl.
gerokt
,
gedast
, enz.
vs. 399-400. twee bepalingen van omstandigheid.
vs. 403.
belagen
(iemand of iets) van
laag
, hinderlaag, dus: ‘op listige wijze iemand
of iets trachten te dooden, vernielen, vernietigen’.
vs. 404.
in offerand:
‘in geloof, godsdienst’. Het uitwendig teeken der godsvereering
voor de godsvereering zelf.
vs. 411.
der zee genaakt
, bekn. bijv. bijzin bij
stroom:
‘die der zee (dat.) genaderd
was’.
Naken
en
genaken
komen alleen in deftigen stijl voor;
naderen
is het
alledaagsche woord. Men maakt ook onderscheid in beteekenis:
naderen
geldt voor
alle gevallen,
naken
wordt meer gebruikt van onaangename dingen:
een onheil
,
een gevaar naakt
,
een feestdag
,
een blijde gebeurtenis nadert; genaken
komt weinig
voor:
iemand of iets genaken
is ‘hem of het nabij komen’ met het denkbeeld, dat
het niet gemakkelijk gaat, vandaar:
ongenaakbaar
,
moeilijk te genaken
.
vs. 412. De stroom was nu breed en recht geworden; hij kronkelde zich niet meer
met moeite tusschen de dicht begroeide oevers.
Jan Compagnie.
vs. 1.
werft:
‘werft troepen aan voor het leger der Staten’. Door trommelslag
verzamelde de werver in stad en dorp de menigte om zich en deelde dan de
voorwaarden mede, waarop men dienst kon
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji