Engel IB144 Instrukcja Użytkownika Strona 249

  • Pobierz
  • Dodaj do moich podręczników
  • Drukuj
  • Strona
    / 440
  • Spis treści
  • BOOKMARKI
  • Oceniono. / 5. Na podstawie oceny klientów
Przeglądanie stron 248
201
Een woord nog omtrent de ontleding (de zin genomen als hij er staat). Het kàn aldus:
die
- onderw.,
doet
- gezegde,
d'ademtocht
- lijdend voorw. (d.i. ‘die’
brengt
den
ademtocht in een toestand),
derven
- bepal. v. gesteldh. (benoeming van dien
toestand). Maar gelijk
doen vallen
=
vellen
is,
doen varen
=
voeren
etc., zoo kan
men ook
doen derven
als één werkwoordel. begrip opvatten:
doen
(ook
laten
) wordt
dan hulpwerkw. van oorzaak (
causatief
hulpww.). Misschien zal men in sommige
gevallen
doen
en
laten
beter als afzonderlijk gezegde aanmerken. In dit geval
verdient wel boven de eerste ontleding de voorkeur:
doet derven
- gezegde,
d'amentocht
- lijdend voorw.
Thans iets over dat ‘d'ademtocht’ als afkorting van
den
ademtocht.’ Sommige
menschen noemen dit ‘een dichterlijke vrijheid’ en dan denken anderen daarbij aan
iets dat eigenlijk niet heelemaal in den haak is. Het is merkwaardig dat wij prozaïsche
grammatici nergens zoo weinig verstand van hebben als van de dichterlijke vrijheden.
Het is ongeveer, als of men zegt van een jong mensch, dat hij zich wel wat veel
vrijheden
tegenover zekere dame permitteert. Het is in het heele dagelijksche leven
zoo: wij prozamenschen hebben nergens minder verstand van dan van de dichterlijke
vrijheden. Wat soort van vrijheid denkt gij wel dat ‘d'ademtocht’ is? Hebben wij,
allen, in ons gansche leven wel ooit anders gezegd dan, met den dichter:
d'ademtocht
,
d'olijfhof
(op dezelfde pagina 503 bij Da Costa)? M.a.w., de dichters
laten
den buigingsuitgang niet
weg
, maar zij kiezen den vorm zonder buigingsuitgang,
dien het Nederlandsch evenzeer bezit. De groote dichters, dat zijn de eenige goede
grammatici; van hen en van de groote prozaschrijvers moeten wij de grammatica
leeren. Elke andere leermeester leidt ons op dwaalsporen. En dan moet de spreektaal
daarbij niet vergeten worden.
Wat
in 7 is betrekkel. vnw. (het is immers het vnw. van den relatieven, bijvoeglijken
zin in:
dat
, WAT
daar adem zoekt
).
Slechts
in 8 is een bijw. v. omstandigh. -
dien
is aanw. vnw.
Waarvoor
(= voor welken) is voornw. bijw.
10.
tot dat de gruiskolom voorbijgerold zal zijn:
de voegwoorden
voordat
,
opdat
,
nadat
zijn gelijk te stellen met:
voor dat
,
op dat
etc.: ‘Hij kwam, VÓÓR
dat hij nog
geheel hersteld was
.’ Een zin als deze zou gelijkstaan met: ‘Hij kwam
vóór zijn
volkomen herstelling
, of
vóór den avond etc.:
de bepaling die in het eene geval uit
een substantief bestaat, bestaat in 't andere uit een geheelen zin, net als een
voorwerp ook een geheele zin kan zijn, en oorspronkelijk is dat
voor
,
na
,
op
een
eenvoudig voorzetsel. Doch die voorzetsels zijn één woord gaan vormen met het
‘dat’ dat den (dus oorspronkelijk
zelfstandigen
) zin inleidt: dat
Taal en Letteren. Jaargang 2
Przeglądanie stron 248
1 2 ... 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 ... 439 440

Komentarze do niniejszej Instrukcji

Brak uwag