Engel IB144 Instrukcja Użytkownika Strona 71

  • Pobierz
  • Dodaj do moich podręczników
  • Drukuj
  • Strona
    / 440
  • Spis treści
  • BOOKMARKI
  • Oceniono. / 5. Na podstawie oceny klientów
Przeglądanie stron 70
31
telkens tegenspreken - en soms misschien ook door het voorbeeld van andere,
vooral oudere schrijvers. Verder zal bij Hooft de invloed van het Latijn, bij Vondel
die van het Duitsch wel in rekening moeten worden gebracht.
Ook een enkel woord over de geslachten en de verbuiging bij een man, dien men
dikwijls met Hooft en Vondel in éénen adem noemt en die beiden in populariteit
overtrof: Jacob Cats. Deze is in zijn declinaties verre van keurig en nauwgezet. Een
bepalend woord, dat in den eersten naamval mannelijk enkelvoud op -
n
uitgaat,
treft men dikwijls bij hem aan:
‘En waer toe sigh het jaer en al
den
hemel neyght’ (
Spaens Heydinnetie
, vs. 100).
‘Soo dat haer laege
n
naem gansch hooge was geresen’ (ald. 122).
‘Hier vanght de
n
rechter aen den ridder seer te schelden’ (ald. 1061), enz. enz.
Ook is het verre van ongewoon, dat de -
n
in den vierden naamval mann. enkelv.
door hem is weggelaten.
‘Indien ick niet en krijgh hem
die
1)
mijn hart bemint’ (ald. 247).
‘Het speet
de
medeçijn’ [d.i. den dokter] (ald. 257).
‘De rackers van
de
schout zijn mede daer ontrent’ (ald. 1031).
Daar Cats de vormen
den
en
de
in vele gevallen geheel willekeurig gebruikt, schijnt
hij eenzelfde substantief nu eens mannelijk en dan weder vrouwelijk te bezigen.
Zoo lezen wij in het
Spaens Heydinnetie:
vs. 456: ‘voor uwen lust’ en 534: ‘in geyle lust’; in 620: ‘een tocht van geyle
minne-brant’ en 711: ‘Indiense maer een reys genaekt een hellen brant’; in 761: ‘Wij
leeren alle daegh d
e
gront om wel te leven’ en ‘Ghy weet, gelijck het blijckt, de
n
gront van mijn gemoet’.
Uit dergelijke voorbeelden kunnen wij opmaken, met hoe weinig recht men op grond
van het gebruik onzer 17
e
eeuwsche auteurs een bepaald geslacht toekent aan
zelfstandige naamwoorden!
Hebben de werken van Cats ontegenzeglijk grooten invloed uitgeoefend op de
Nederlandsche schrijftaal der 17
e
eeuw, niet minder is dat het geval geweest met
de bijbelvertaling, die in 1637 het licht zag. Aan de taal van den Statenbijbel is zeer
veel talent en zeer veel moeite ten koste gelegd. En toch - ook hier weer die
onzekerheid ten opzichte van het genus!
In
Het Boek der Psalmen
lezen wij:
XLIII, 4: ‘Ende dat ick inga tot Godts altaer, tot den Godt
des
blijdschap
s
’; elders,
b.v.
Ps.
CXXXVII, 6: ‘het hooghste mijner blijdschap’.
Rei
is vrouwelijk,
Ps.
XXX,
12: ‘Gy hebt my mijne wee-klage verandert in een
e
reye’ en mannelijk
Jeremia
XXXI,
4: ‘gy sult.....uytgaen met de
n
rey der spelenden’.
Vrede
is soms vrouwelijk: ‘zoek
d
e
vrede’, Ps. XXXIV, 1 en soms mannelijk: ‘Jaeght de
n
vrede na’,
Hebr.
XII, 14.
Evenzoo
draek
(
drake
): Gy sult...
de
drake vertreden
Ps.
XCI, 13, en: ‘Michaël ende
sijne Engelen krijghden tegen
den
Draeck’,
Openb.
XII, 7. Hetzelfde is 't geval met
neus
: ‘'t Geblaes van uwe
n
neuze’,
Exod.
XV, 8 en ‘'t Ge-
1) Zooals wij reeds vermeldden, komt de accus. masc. sing. van het betr. vnw. reeds in 't
Middelnederl. niet zelden zonder -
n
voor.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Przeglądanie stron 70
1 2 ... 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 ... 439 440

Komentarze do niniejszej Instrukcji

Brak uwag