350
in
-: in-lui, in-smerig, in-lief;
mis
-: mis-baksel, mis-punt;
-(
en
)-
ist
: klokkenist, havenist, (lui, die als baliekluivers op de haven rondzwerven);
-
ij
, -
erij
: kletserij, zeurderij. En zoo meer.
Een mooi suffix hoorde ik van kinderen in Zwol. Ze zeggen natuurlijk van: ‘da's
ma's kopje’, of iets van die kracht; maar omgekeerd maakten ze: da's 't ma '
se
, tante
'
se
Daarmee is wel te vergelijken; cent(
e
)
se
postzegel. - welk plaatje heb-je gekocht?
dat kwartje
se
.
Een nieuw suffix voor de toekomst, - als 't voor leven vatbaar is.
43. De groote massa is overgeleverde woordvoorraad. Veel is erg oud; ander is
jong en vol scheppende levenskracht; nu en dan komt er wat nieuw bij
1)
.
Een spreker of schrijver, een ‘dichter’, schept een nieuw woord. Zijn omgeving
frappeert het en die gaat het napraten. Het golft verder en verder, en is eindelijk in
algemeen gebruik. Men maakt er weer afleidingen van en samenstellingen. Zoo
gaat het nu. Zoo ging 't vroeger ook; en dan kunnen we constateeren dat sedert
‘toèn’ een nieuw woord voorkomt
2)
.
‘Dichters’ maken ze. Waarom? Omdat die er op 't moment behoefte aan hebben.
Hun voldoet niet wat er is. Meent men dat ze overbodig zijn? Maar daar staat
tegenover, dat zij, als bij ingeving, ze noodig achten. Voor den indruk, die zij
weergeven willen, volstaat geen ander.
Maar - niemand is verplicht hen na te praten of te schrijven. Daar is niet de taal
van taalkunstenaars voor: hun kunst is iets individueels. Dichters bezien de taal als
nog wat anders dan om in te converseeren met Jan-en-alleman. Alleen wat er van
in algemeen gebruik komt, dat is voor een gewoon mensch
3)
.
1) Vgl. Verdam, Geschied. Ned. Taal, 70 vv. en 209; waar het scheppen van nieuwe woorden
niet genoemd wordt. - Vgl. Gallée, De Wording van het Woord en de Ontwikkeling der taal
(Rectors-oratie, Utr. Acad. Jaarboek, 1891), blz. 94/5.
Onjuist is wat ik ergens las: ‘de woordscheppings-periode is reeds voor eeuwen gesloten’.
Wordt het geen tijd dit lang verouderd begrip op te ruimen?
2) Vgl. Paul, Prinzipien, blz. 143 vv. - Hoort hier ‘zwalpen’ en ‘pingelena’ bij? ‘Gas’ zeker wel.
Vgl. in 't Engl. ‘dog’, ‘rabbit’, ‘ramble’, Skeat, Etym. Dict., p. 761.
3) Daarom ook is 't wenschelijk dat deze, de beschaafde spreektaal, (in de scholen) gedoceerd
wordt; men moet leeren spreken, allereerst. En niet zooals tot nog toe, de zoogenaamde
algemeene schrijftaal, een mixtum quid van allerlei kunst taal, niet door de spraak makende
gemeente gesproken, maar bijeengefandeld van schrijvers, groote en kleine; liefst
uitheemsch, onnederlandsch gemoduleerd; geen levende taal. - Zie Nienwe Schoolblad,
6 Mei '92; waar nog een andere reden voor 't aanleeren der spreektaal werd opgegeven.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji