99
moet gehoord worden, wat naar twee klanken zweemt. Dan worden ongeveer
eenstemmig als tweeklanken opgegeven:
ai
,
ei
,
ij
,
ui
,
au
,
ou
,
aai
,
ooi
,
oei
,
aau
,
eeu
,
ieuw
. Alleen van Helten verwerpt § 7 de zoogenaamde lange of gerekte tweeklanken,
op grond dat zij niet anders zijn dan een volkomen klinker met een volgende als i
of u geschreven j of w. Hierbij valt vooreerst op te merken, dat dan ook ai geen
tweeklank is, daar ai slechts een onvolkomen klinker is, gevolgd door eene als i
geschreven j. De overblijvende tweeklanken zijn dan nog maar vijf in getal, t.w.
ei
,
ij
,
ui
,
au
,
ou
. Nu is het merkwaardig, dat juist op deze vijf klanken de gegeven definitie
volstrekt niet van toepassing is, want bij het uitspreken van eene
ei
,
ij
,
ui
,
au
1)
ou
is
het onmogelijk, bij zich zelf of bij een ander iets meer dan één enkelen klank op te
merken. Men neme er de proef van en houde de
ei
van zeide, de
ij
van lijf, de
ui
van huis, de
au
van dauw, de
ou
van koud een paar minuten aan; bij het ophouden
hoort men volkomen hetzelfde geluid als aan 't begin.
2)
Daarentegen trachte men
hetzelfde met ai te doen - men zal dan uitspreken òf a-a-a-a-j, òf a-j-j-j-j; op een
gegeven oogenblik hoort men geen a meer, daarentegen wel eene j. Moge men het
nu al wraken,
ai
een tweeklank te noemen, omdat de klanken waaruit
ai
bestaat
te
duidelijk onderscheiden zijn, daardoor krijgt men geenszins het recht, de
ui
, wier
bestanddeelen alleen dáárom niet duidelijk onderscheiden zijn, omdat
ui
maar één
bestanddeel heeft, een tweeklank te noemen. Het is dan ook uitsluitend de
overlevering, die ons aan een naam doet hechten, die hier geen beteekenis heeft.
't Kan toch niet weer de schrijfwijze zijn, die tot deze ongelukkige opvatting geleid
heeft? - Doch de
ei
is uit een tweeklank ontstaan. - Goed, maar is zij er daarom
thans een? Ook de scherpe
e
en
o
, ja de
oe
zijn uit twee klanken ontstaan; waarom
rekent men ze er dan nu niet toe? Omgekeerd is de
ui
in vele gevallen uit een
enkelvoudigen klinker
uu
ontstaan, en wanneer zij haar oorsprong in een tweeklank
heeft, heeft ze de
ie
naast zich, welke uit denzelfden tweeklank ontstond. Nog eens,
waarom is dan
ie
geen tweeklank? - Ja, de
e
,
i
,
o
behooren nu eenmaal thuis in het
oude rijtje: a-e-i-o-u. - Eilieve, waarom is dan
eu
geen tweeklank? Zij wordt zelfs
met een samengesteld letterteeken geschreven. - Omdat men bij het uitspreken er
van
1) Ik zonder het veelbesproken woord ‘miau’ uit, dat men, volgens Cosijn, kl. spr. § 29, ook
‘miaau’ mag spellen, en dat, indien men àl zijn best doet om het kattengeluid zuiver na te
bootsen, ongeveer als ‘miâ-oê’ klinkt.
2) Daarmee is niet gezegd, dat de vorming van den klank, dien men als ei schrijft, niet meer
gecompliceerd is, dan die van sommige andere klanken. De physiologische vraag laten wij
hier in hoofdzaak rusten, en merken wat haar betreft alleen op, dat het eigenaardig kenmerk
van alle tweeklanken, de verandering van den stand der spraakorganen onder het uitspreken,
bij al deze klanken ontbreekt. B.
Met deze meening kan ik mij niet vereenigen: ik hoor twee klanken die in elkaar overgaan.
Ook hoor ik, als ik
ai
,
ui
, (
öi
),
au
enz. aanhoud, ten slotte een lang aangehouden
i
en u; de
holl.
ie
is éenklank geworden; dialectisch is
ie
nog tweeklankig =
ie
. B.H.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji