255sik = zich
221sinxennacht
366slaan (Een schaats -)
352slecht, als substantief
210slordervos
374sluierkroon
377sluik: als adjectief
221sluik (Ter -)
271smalen
370snol
264snip zien
165speldezoeker
209spelling (Oordeel van Staring, Lulofs,
Grimm over onze -)
203-210spelling van e, ee, en o, oo
165spetluis
235spinazie eten (Gij zult -), verklaard?
312spraakleer (Hedendaagsche)
296, 304, 311/2, 313-362spreektaal
320spreekwoorden (Moeielijkheid i.
verklaring van -)
106spreekwoorden (Verkorting v. -)
298staan (Vreemd gebruik van -)
224stadig
223staken, intransit
357stammen en wortels: Wat zijn dat in de
taalwetenschap?
355-357stammen (Wat zijn werkelijk -)?
359stammen: hoe moeilijk aan te wijzen
356stammen gewijzigd door analogie
356stam (Zelfstandige -) met schijn van suffix
357-359stammen (Zwakke, middel- en sterke -)
357stekeblind
221Stem = melodie
321sterke verbuiging van 't adjectief?
259stichten
335stikdonker
334stokdoof
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji