336
visch-gerei, naai-gerei, eet-gerei, schuur-gerei, schrijf-gerei, wasch-gerei, drink-gerei,
jacht-gerei
1)
.
Ook -boel en -rommel marcheeren dien weg al op:
een verhuis-boel, klets-boel, klad-boel, smeer-boel, jan-boel, nut-boel, mestboel,
beeste-boel, wilde-boel, afzetters-boel, socialisten-boel;
een schoonmaak-rommel, kinder-rommel, ploerte-rommel, gauwdieve-rommel,
dominees-rommel.
Daar duiden -boel en -rommel, evenals ge- in ge broeders, een ‘verzameling’
aan: een bij beteekenis waar men meer en meer nadruk op gelegd heeft, en die
daardoor de hoofdbeteekenis van 't vormsel is geworden.
Zoo is 't ook met pak, dat op zichzelf al een collectie aangeeft:
bedel-pak, boere-pak, dieve-pak, etc.
En -man is ook dien weg opgegaan, in:
buitenman, bosman, veldman, beekman, rietman, koopman, zeeman, landman,
bergman, waterman, krijgsman, oranje-man, prinseman; boekeman, taalman (die
veel boeken, van taal houdt, er in, of aan, doet); hij is geen rijst-man, boone-man,
thee-man - zelfs van vrouwen gebruikt -, Deventers-man, wonder-man; - Janneman,
Jamman! Koosman! (van vrouwen zelfs).
Naar analogie staat het in ‘visscherman’. Dit hoort men in den zin vaak van
‘visscherschuit’, evenals een Noor-man; ‘die Engelschman heeft het van
nacht hard te verantwoorden gehad’ (W. Buning); de beurt-man
2)
op de Lemmer.
Op dezelfde manier vormt men met -mensch samenstellingen: een echt
bosch-mensch, buiten-menschen; een watermensch (die veel van 't water houdt),
thee-mensch, wonder-mensch, enz.
Zoo ook in Friesland het woord ‘om(ke), oom’, waarmee trouwens overal in
Nederland, en vooral in de Transvaal, vaak vreemden door kinderen aangesproken
worden: Jan-om, Kees-om, etc.; vgl. nog heeroom
3)
. In 't noorden gebruikt men ook
in samenstelling het woord skûte (holl. schuit): babbel-skûte, roffel-skûte,
voor een vrouw, die veel babbelt; en zoo in Zwol en Meppel: ‘loopskúte’ van een
vrouw, die veel uitloopt.
1) Verdam, Geschied. der Ned. Taal, blz. 77. - Beckering Vinckers, Taal en taalstudie, I, 392.
2) Vgl. engl. a man of war.
3) Vgl. vaar en moer algemeen in vroeger tijd; zie hier voor bl. 262, en o.m. Woordenlijst
Jan Klaesz.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji