196
7-8. Is ‘zoeken’ met voordacht gebruikt? - Da Costa zal de komma achter
gezien
wel niet zonder bedoeling hebben weggelaten;
zich als etc
. hebben wij op te vatten
als onmiddellijke bepaling bij den stormwind: ‘den zich als aan ketenen
ontwringenden st.’ of nog beter: ge hebt gezien, hoe de st. zich als een k. ontwrong.
Het beeld in dezen zin doet aan vreeselijke worstelingen en geweldige krachten
denken: de storm wordt bij een geboeiden reus vergeleken; vgl. 11. In dit woord
stormwind
ligt reeds de overgang tot het tweede gedeelte der beschrijving, dat begint
met 12: in 8 luidt het immers:
niet slechts dien etc.:
de dichter zet in 9-11 de
beschrijving van den eigenlijken st.w. voort, maar hij heeft ons ondertusschen
voorbereid op 't geen komen zal (klimax). Vandaar de eenigszins ongewone
constructie: wij verwachten b.v. ‘niet slechts dien, waarvoor etc. maar ook die etc.’;
de dichter echter wil dien regelmatigen, redeneerenden zin niet, als hij spreekt van
den stormwind: hij wil slechts voorbereiden op den klimax met zijn ‘niet slechts’.
Andere
in 12 wijst op
niet slechts dien
terug.
10-11. ‘wervelen’ is draaien, zich
met groote snelheid
,
duizeling-wekkend snel
,
in de rondte bewegen (om haar eigen as hier). - Het gebruik van ‘zich vergaderen’
is zeer gelukkig: men ziet de hoos
worden:
in razende draaiingen over de vlakten
stormend, neemt zij van heinde en verre alles binnen haar bereik mede en in zich
op. - Geen komma achter
vergaârde:
verbinding tot ééne voorstelling.
Dergelijk
weglaten van komma's hebben wij ook in Starings Marco gezien. - ‘voorbijgerold
zal zijn
’ doet ons beter dan ‘voorbijgerold
is
’ doen zou,
den duur gevoelen
van den
toestand des reizigers.
13-14. Grammaticaal is
't Zijn zulken
,
die de scharen opdreven
voor tweeërlei
opvatting vatbaar. De eene: ‘de schuddingen die de scharen opdreven, zijn zulke
als waarop ik doelde in vers 12.’ Deze kan echter de juiste niet zijn, daar die
schuddingen
niet
in vers 12 nader bepaald worden en, integendeel,
schuddingen
in 12 zelf worden bepaald door 't geen volgt. De andere opvatting is dus de juiste;
namelijk deze: de schuddingen die uw w. bestookten, zijn zulke,
als
de scharen (4
de
naamv.) uit uwen schoot opdreven’. Da Costa had na dit bepaling-aankondigend
zulken
den bijvoeglijken zin ook kunnen inleiden met dit
als: als
komt, bij zuiver
qualificeerende zinnen, na ‘zulk’, ‘zoodanig,’ en na ‘een’ in de beteekenis van
‘zoodanig een’, meermalen voor: dergelijke relatieve zinnen zijn dan in den grond
der zaak
vergelijkend
maar
tevens bijvoeglijk;
ja somtijds staat dit ‘als’ geheel met
‘die’ gelijk: het oorspronkelijk vergelijkend karakter komt daarin vooral uit, dat men
voor ‘als’ ook
als die
ontmoet. Het best staat ‘als’ in
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentarze do niniejszej Instrukcji