Engel IB144 Instrukcja Użytkownika Strona 377

  • Pobierz
  • Dodaj do moich podręczników
  • Drukuj
  • Strona
    / 440
  • Spis treści
  • BOOKMARKI
  • Oceniono. / 5. Na podstawie oceny klientów
Przeglądanie stron 376
321
en zoo doen wij nog; het werd een kenmerk van zulke samenstelling in 't algemeen.
Een paar van die, maar nog
wordende
, samenstellingen meen ik te vinden in een
‘groot koning’, een ‘goed koning’, een ‘groot vorst’ en dergelijke
1)
. In de spraakkunsten
heet dit nog altijd de sterke verbuiging van het adjectief. Maar dat is verouderd; die
regel moet geheel veranderd: het verschil in beteekenis, dat men gewoonlijk maakt
tusschen deze onverbogen vormen, en die op -
e
(een goed
e
koning, etc.), vindt
men slechts bij zeer weinig voorbeelden
2)
; daar staan
honderden
tegenover waar
niemand dit verschil merkt
3)
. Die weinige zijn op weg naar de samenstelling.
Zoo zijn er wel meer. Men noemt ‘Hooger’ en ‘Lager Onderwijs’ nog niet zoo; 't
‘Hooger-huis’ en 't ‘Lager-huis’ in Engeland, daarentegen wel; die eersten worden
't
4)
. Zoo praat men van een ‘hooge myter’, en ‘hooge oome’, de ‘groote oomes’. Ook
dit worden samenstellingen. Mettertijd zullen we mogelijk ook schrijven: de
‘groote-oomes’, een ‘hooge-myter’, met dezelfde, of misschien ietwat gespecificeerder
beteekenis nog, van nu; mogelijk met een ander accent, naar analogie van andere
van dat slag.
1) Men moet eens letten op het accent van déze samenstellingen (zie boven, blz. 317, noot),
en dat in ‘óud-sǒld at’, ‘óud-mìn stĕr’, ‘óud-bùrgĕm ester’, ‘jóng-gĕz l’, enz.; in tegenstelling
met de veel oudere: jónk-màn, jónk-vrònw, enz. Daarentegen, met analogie-accent: jònkmán,
gróot-vàdĕr, stíef-kìnd.
2) En dan meest in de schrijftaal nog; in de spreektaal zegt men altijd van: een jong
e
kerel, een
goeie vent, een groot
e
Vondel, eene goei
e
, best
e
koning, een groot
e
dichter.
3)
Zie o.a. Terwey
8
, § 259: ‘Men merke echter op, etc.;’ en Kaakebeen, § 168, 20., de opmerking.
- Deze Beknopte Spraakleer van Kaakebeen wordt te veel doodgezwegen; ik wil er hier de
aandacht op richten. Die vraagt met van Helten, maar allereerst: wat is gebruik; wat is
spreektaal; wat moet de praktijk daarvan hebben. Wil praktijk op den voorgrond; mist bijna
alle linguistische ornatie, die veel te ruim bij van Helten is aangebracht. Doet een poging ook
om de grondslagen te herzien. Hij probeert het oude, vaak verouderde, door het nieuwe, het
levende, te vervangen. Heeft met niet-schoolsche opmerkingsgave rondgekeken. Met vaste,
vaak drieste hand is wat voor vaststaand werd gehouden, aangepakt. Het trilde, maar is, nu
nog gescheurd bovendien, evenwel blijven staan. Het aangegrepene is hij ongelukkig niet
altijd voldoende machtig geworden. Daardoor is hij niet overal goed geslaagd; er blijft nog
veel te verbeteren over, wat hij onaangeroerd liet. Maar - de poging verdient waardeering.
Het is moeilijk een huis nieuw te bouwen als men niet eenigen tijd er buiten wil wonen; en dit
wordt moeilijk, men is er zoo aan gehecht, het verkeerde is als een tweede natuur; men is er
zoo gewoon aan geworden.
Wat eigenlijk maakt dat men nu den vorm met -
e
, dan die zonder -
e
, vaak beide gebruikt,
zonder verschil van beteekenis, daar wijs ik op bij 't Adjectief.
4) Let wel dat de meeste sprekers aan ‘Hooger en Lager Onderwijs’ dezelfde klemtoon geven
als aan ‘Hooger- en Lager-huis. Vgl. er mee het geaccentueerde: ‘wát 'n kw -jőngen ís dăt
tǒch!
Taal en Letteren. Jaargang 2
Przeglądanie stron 376
1 2 ... 372 373 374 375 376 377 378 379 380 381 382 ... 439 440

Komentarze do niniejszej Instrukcji

Brak uwag